Het RIZIV publiceert jaarlijks een top 25 van de werkzame bestanddelen afgeleverd in de openbare apotheken op basis van hun kosten. Hun laatste top 25 gaat over het jaar 2024. Het RIZIV publiceerde ook het MORSE-rapport over hun uitgaven in 2024 voor geneesmiddelen afgeleverd in openbare apotheken én ziekenhuizen. We geven een korte analyse.

Kernboodschappen

  • De RIZIV-uitgaven voor de top 25 van de werkzame bestanddelen afgeleverd in de openbare apotheken neemt elk jaar toe. In 2024 bedroegen de uitgaven ongeveer 1,26 miljard euro.
  • Apixaban staat voor de derde keer op rij op de 1ste plaats. Ook 2 andere DOAC’s (edoxaban en rivaroxaban) staan bovenaan in de top 25.
  • De vaste associatie rosuvastatine + ezetimibe staat voor het tweede jaar in de top 25 en kent een opvallende stijging: van plaats 23 in 2023 naar plaats 12 in 2024.
  • De top 25 bevat een aantal (heel) dure geneesmiddelen die door een beperkt aantal patiënten worden gebruikt. Dit aandeel dure geneesmiddelen, gestart door de specialist, neemt steeds toe.
  • Het MORSE-rapport voor 2024 toont dat de RIZIV-uitgaven voor geneesmiddelen nog sterker stijgen in de ziekenhuissector dan in de openbare apotheken, vooral door zogenaamde geneesmiddelen onder contract.
  • Conclusie van het BCFI: Het is voor de overheid een uitdaging om de geneesmiddelenkosten onder controle te houden. Er moet blijvend ingezet worden op rationeel voorschrijven: dit betekent dat men een behandeling kiest op basis van wetenschappelijk onderbouwde argumenten over werkzaamheid en veiligheid, maar dat men ook aandacht heeft voor de kostprijs. Bij de sterke stijging in het gebruik van de vaste associatie rosuvastatine + ezetimibe moet de kanttekening worden gemaakt dat er voor deze associatie geen bewijzen zijn van een meerwaarde op harde eindpunten ten opzichte van een statine alleen. Voor simvastatine + ezetimibe is er beperkte meerwaarde op de cardiovasculaire morbiditeit ten opzichte van een statine alleen, maar geen winst in cardiovasculaire en totale mortaliteit.

Het RIZIV publiceert jaarlijks de top 25 van werkzame bestanddelen afgeleverd in de openbare apotheken op basis van hun kosten. Hun laatste top 25 gaat over het jaar 2024.1

  • Totaal van de RIZIV-uitgaven voor deze top 25: ongeveer 1,26 miljard euro. Deze totaalkost neemt elk jaar toe (stijging met ongeveer 10% t.o.v. 2023, met ongeveer 22% t.o.v. 2022 en met ongeveer 31% t.o.v. 2021).
  • De top 25 is goed voor 35% van de totale RIZIV-uitgaven voor de ruim 700 terugbetaalde werkzame bestanddelen in de ambulante sector (totale RIZIV-uitgaven voor geneesmiddelen in openbare apotheken in 2024: ongeveer 3,6 miljard euro). [NB: de hier vermelde bedragen houden geen rekening met eventuele compensaties die het RIZIV krijgt van de firma’s voor zogenaamde geneesmiddelen onder contract (zie verder)]
  • De top 25 is goed voor ongeveer 18% van het behandelingsvolume (in DDD of Defined Daily Dose).

Commentaren van het BCFI bij de top 25

De top 25 van het RIZIV gaat enkel over geneesmiddelen afgeleverd in de openbare apotheken. De (sterk toenemende) groep dure geneesmiddelen afgeleverd in ziekenhuismilieu zijn dus niet inbegrepen. De top 25 laat niet toe om uitspraken te doen over de indicaties waarvoor de geneesmiddelen waren voorgeschreven. Wel geeft de top ons inzicht in het voorschrijfgedrag van artsen.

Apixaban staat voor de derde keer op rij op de 1ste plaats. Met edoxaban op de 4de  plaats en rivaroxaban op de 9de plaats staan er ook in 2024 drie DOAC’s bovenaan in de top 25. Volgens het RIZIV maken DOAC’s 80% van de verbruikte anticoagulantia uit, tegenover slechts 5% voor de vitamine K-antagonisten (berekend op basis van het aantal DDD’s). Dat DOAC’s verkozen worden boven vitamine K-antagonisten komt overeen met de richtlijnen voor preventie van arteriële trombo-embolie bij voorkamerfibrillatie en voor de behandeling van diepe veneuze trombo-embolie en longembool (na de initiële behandelingsfase): zij stellen dat DOAC’s en vitamine K-antagonisten even werkzaam zijn maar verkiezen DOAC’s omwille van hun gebruiksgemak en lager bloedingsrisico (zie ook Plaatsbepaling in Repertorium 2.1.2.).
NB: Samengeteld werd in 2024 voor ongeveer 243 miljoen euro terugbetaald aan deze 3 DOAC’s, voor ongeveer 370 000 patiënten. Dit betekent een toename van 26 000 patiënten ten opzichte van 2023, zonder stijging van het budget. Voor rivaroxaban zijn de RIZIV-uitgaven ten opzichte van 2023 gedaald, mogelijk te wijten aan de generieken die in 2024 op de markt kwamen en de stopzetting van de terugbetaling van Xarelto® 10, 15 en 20 mg (zie Folia augstus 2024).

De vaste associatie rosuvastatine + ezetimibe staat voor het tweede jaar op rij in de top 25 en kent een opvallende stijging: van plaats 23 in 2023 naar plaats 12 in 2024. De associatie werd in 2024 voor ongeveer 41 miljoen euro terugbetaald voor ongeveer 340 000 patiënten (104 000 patiënten meer dan in 2023). Het RIZIV ziet sinds een aantal jaren een sterke toename in het gebruik van combinaties van hypolipemiërende middelen, met vooral een sterke toename van rosuvastatine + ezetimibe. Het RIZIV schrijft daarover het volgende: “De duidelijke verschuiving richting moderne combinaties bevestigt de trend naar intensievere en meer gepersonaliseerde lipidenverlaging” (MORSE-rapport 2024). Nochtans geeft het toevoegen van ezetimibe aan een statine (met name simvastatine) slechts beperkte meerwaarde op de cardiovasculaire morbiditeit en geen winst in cardiovasculaire en totale mortaliteit, en specifiek voor de associatie rosuvastatine + ezetimibe bestaan geen studies met  harde eindpunten (zie Repertorium 1.12.4. (Ezetimibe) en Repertorium 1.12.9. (Combinatiepreparaten).

Er zijn 5 antidiabetica in de top 25 (semaglutide, empagliflozine, dapagliflozine, metformine, insuline glargine). Empagliflozine en dapagliflozine kregen vóór 2024 een uitbreiding van de indicaties naar hartfalen en chronische nierschade, wat hun hoge gebruik mogelijk mee verklaart.

De top 25 bevat een aantal (heel) dure geneesmiddelen die door een beperkt aantal patiënten worden gebruikt, bijvoorbeeld emicizumab (plaats 2, met 261 patiënten), ustekinumab, de associatie emtricitabine + tenofovir + bictegravir, risankizumab. Deze geneesmiddelen worden door specialisten gestart, en hun aandeel in de top 25 neemt steeds toe. Ook de geneesmiddelen die nieuw zijn in de top 25 van 2024, zijn allemaal specialistische geneesmiddelen: risankizumab (plaats 13, IL-23 inhibitor), dupilumab (plaats 15, IL-4/IL-13 inhibitor), upadacitinib (plaats 18, JAK1-inhibitor).

De top 25 bevat ook een aantal minder dure geneesmiddelen die door een veel groter aantal patiënten worden gebruikt. Daaronder zijn er de “oude bekenden”: atorvastatine, metformine en pantoprazol. Pantoprazol (opnieuw op plaats 6) kende meer dan 1,7 miljoen gebruikers in 2024 (zeer gelijkaardig aan 2023). PPI’s worden op grote schaal gebruikt, vaak langdurig zonder dat dit nog nodig is. Het RIZIV evalueert daarom het voorschrijven van PPI’s bij huisartsen: zie Folia januari 2025. Voor de plaatsbepaling van de PPI’s zie Repertorium 3.1.

Nota: MORSE-rapport 2024

Het RIZIV publiceerde recent ook het MORSE (Monitoring Of Reimbursement Significant Expenses)-rapport voor 20242 dat hun uitgaven voor geneesmiddelen in openbare apotheken én ziekenhuizen analyseert. Het is duidelijk: de RIZIV-uitgaven voor geneesmiddelen nemen jaar na jaar toe. Het jaar 2024 brak een nieuw record: de bruto-uitgaven bedroegen ongeveer 7,9 miljard euro, een stijging van 9,6% ten opzichte van 2023. De reële-uitgaven (na aftrek van de bijdragen van de farmaceutische industrie en de compensaties van firma’s in de context van zogenaamde geneesmiddelen onder contract) bedroegen ongeveer 5,6 miljard euro, een stijging van 6,6% ten opzichte van 2023. Vijftien geneesmiddelenklassen (van de 164 klassen in totaal) vertegenwoordigen 68% van de totale kosten: het gaat onder andere om monoklonale en geconjugeerde antilichamen, proteïnekinase-inhibitoren, nieuwere antidiabetica, hypolipemiërende middelen (PCSK9-inhibitoren, inclisiran, bempedoïnezuur, combinaties zoals statine + ezetimibe). De stijging is het grootst in de ziekenhuissector, vooral door de zogenaamde geneesmiddelen onder contract.
NB: De geneesmiddelen onder contract (art. 81/111) zijn geneesmiddelen met een tijdelijke terugbetaling, gebaseerd op een vertrouwelijke overeenkomst tussen het farmaceutisch bedrijf en de overheid over de kostprijs, met voorwaarden voor het bedrijf (NB: deze geneesmiddelen hebben symbool T op onze website). Het gaat daarbij om nieuwe, specialistische geneesmiddelen (in 2024: 60% ervan gebruikt in de oncologie) waarvan de toegevoegde waarde en/of budgettaire impact nog als te onzeker worden beschouwd om een definitieve terugbetaling te verstrekken. Er is de laatste jaren een belangrijke toename van het aantal vertrouwelijke overeenkomsten, en van de RIZIV-uitgaven voor dergelijke geneesmiddelen ondanks de compensaties van de firma’s.

Conclusie van het BCFI

Het is voor de overheid een uitdaging om de geneesmiddelenkosten onder controle te houden. Er moet blijvend ingezet worden op rationeel voorschrijven: dit betekent dat men een behandeling kiest op basis van wetenschappelijk onderbouwde argumenten over werkzaamheid en veiligheid, maar dat men ook aandacht heeft voor de kostprijs. De aandacht gaat hierbij vanzelfsprekend in de eerste plaats naar de gezondheidswinst (afgewogen tegen de risico’s) voor de patiënt. De kosten voor patiënt én gemeenschap mogen echter niet vergeten worden. Bij de sterke stijging in het gebruik van de vaste associatie rosuvastatine + ezetimibe moet de kanttekening worden gemaakt dat er voor deze associatie geen  bewijzen zijn van een meerwaarde op harde eindpunten ten opzichte van een statine alleen. Voor simvastatine + ezetimibe is er beperkte meerwaarde op de cardiovasculaire morbiditeit ten opzichte van statine alleen, maar geen winst in cardiovasculaire en totale mortaliteit.

Specifieke bronnen

1 RIZIV. Infospot. De TOP 25 van de werkzame bestanddelen in de uitgaven in de ambulante sector van de verzekering voor geneeskundige verzorging in 2024. Januari 2026. Zie ook rapport in PDF.
2 RIZIV. Monitoring Of Reimbursement Significant Expenses – Vergoedbare geneesmiddelen – MORSE-rapport – gegevens 2024 (PDF)Zie ook: MORSE-rapport en Geneesmiddelen: meer innovatie en meer indicaties. Welke kost voor het RIZIV in 2024? (13/01/2026).